De grote stroomstoring van 2015: 5 lessen voor netbeheerders
Op 27 maart 2015 viel in grote delen van Noord-Holland en een deel van Flevoland de stroom uit. Meer dan een miljoen huishoudens zaten zonder elektriciteit, de grootste stroomstoring ooit in Nederland. Treinen stonden stil, Schiphol schrapte vluchten en ziekenhuizen draaiden op noodstroom. De storing legde vooral bloot hoe sterk onze samenleving samenhangt. In dit praktijkverhaal vijf lessen voor netbeheerders en energiebedrijven.
Wat er gebeurde
De storing ontstond door een combinatie van een technisch defect en een menselijke fout in een hoogspanningsstation van netbeheerder TenneT bij Diemen. In korte tijd viel een groot deel van het net in Noord-Holland en Flevoland weg.
De oorspronkelijke storing in het station was na ongeveer een uur verholpen, maar het duurde tot halverwege de middag voordat overal de stroom weer terug was. Niet alleen woningen zaten zonder stroom, ook bedrijven, ziekenhuizen en het openbaar vervoer werden geraakt. Achteraf onderzochten de Inspectie Veiligheid en Justitie en het toenmalige Agentschap Telecom de crisisbeheersing en de telecommunicatie. Een van de belangrijkste conclusies ging over de afhankelijkheid van telecom.
Les 1: Reken op uitval van telecom
Toen de stroom uitviel, haperde na verloop van tijd ook het mobiele netwerk. Zendmasten hebben een beperkte noodstroomvoorziening. Daardoor werd bellen en internetten juist op het moment dat mensen informatie zochten moeilijker.
Voor een netbeheerder betekent dit: reken erop dat uw eigen kanalen en die van uw klanten kunnen wegvallen. Zorg voor een communicatie-infrastructuur die ook bij uitval blijft werken, en stem vooraf af met veiligheidsregio's en telecompartijen. Een statuspagina die op onafhankelijke infrastructuur draait, blijft bereikbaar voor wie nog online is.
Les 2: Geef snel een eerlijk beeld, ook zonder alle antwoorden
Bij een grootschalige storing wil iedereen hetzelfde weten: wat is er aan de hand, hoe lang duurt het en wat moet ik doen? Vaak is de hersteltijd in het begin nog onzeker. Wacht daar niet mee: geef snel een eerlijk eerste bericht en actualiseer dat op vaste momenten.
Communiceer wat u wel weet (getroffen gebied, dat u aan herstel werkt) en wees duidelijk over wat u nog niet weet. Zo houdt u het vertrouwen en voorkomt u dat geruchten en desinformatie het beeld overnemen.
Les 3: Geef kwetsbare en vitale afnemers voorrang
Niet iedere afnemer is gelijk. Sommige partijen hebben directe hulp of specifieke informatie nodig.
- Ziekenhuizen en zorginstellingen, die op noodstroom overschakelen.
- Andere vitale sectoren zoals drinkwater, telecom en betaalverkeer, die van stroom afhankelijk zijn.
- Kwetsbare inwoners, bijvoorbeeld mensen met thuiszorg of medische apparatuur.
- Verkeer en openbaar vervoer, waar uitval direct tot veiligheidsrisico leidt.
Les 4: Werk als keten, met een gedeeld beeld
Een grote stroomstoring is nooit van een partij alleen. Netbeheerder, TenneT, veiligheidsregio's, gemeenten en hulpdiensten moeten razendsnel hetzelfde beeld hebben. In 2015 bleek dat afstemming tussen al die partijen tijd kost, juist als de gewone communicatiemiddelen haperen.
Spreek daarom vooraf af hoe u opschaalt, wie waarover communiceert en hoe u informatie deelt. Eén gedeeld crisisbeeld, waarin feiten, besluiten en berichten voor iedereen zichtbaar zijn, voorkomt dat partijen langs elkaar heen werken.
Les 5: Ken uw meldplichten (NIS2 en CER)
Netbeheerders zijn essentiele entiteit. Sinds 15 augustus 2026 gelden twee wetten naast elkaar: de Cyberbeveiligingswet (NIS2) voor digitale weerbaarheid, en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (CER) voor fysieke en all-hazards weerbaarheid. Een incident dat de dienstverlening aanzienlijk verstoort, meldt u binnen 24 uur; toezicht ligt onder meer bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI).
Daarnaast gelden de spelregels uit de energie-crisisplannen (zoals het Bescherm- en Herstelplan Elektriciteit) en de compensatieregeling voor klanten bij een langdurige onderbreking. Leg tijdens de crisis vast welke meldingen wanneer en bij wie zijn gedaan.
Hoe CrisisRadar hierbij helpt
CrisisRadar geeft netbeheerders en energiebedrijven één gedeeld crisisbeeld, samen met TenneT, de veiligheidsregio en gemeenten. U legt feiten met bron vast, prioriteert kwetsbare en vitale afnemers, stelt in minuten een storingsbericht op en publiceert de actuele status en verwachte hersteltijd op een eigen statuspagina. De statuspagina draait los van uw kernsystemen, zodat communicatie ook bij uitval blijft werken. Meldplicht-timers bewaken de termijnen.
Wilt u zien hoe een grootschalige stroomstoring er stap voor stap uitziet in het platform? Bekijk dan de bijbehorende praktijksituatie.
Stappenplan
Maak communicatie onafhankelijk van stroom en telecom
Zorg dat uw statuspagina en alarmering ook werken als het eigen net of het mobiele netwerk hapert, en test dit vooraf.
Leg een prioriteitenlijst van vitale afnemers vast
Weet vooraf welke ziekenhuizen, vitale sectoren en kwetsbare klanten voorrang krijgen bij informatie en herstel.
Spreek de opschaling met de keten af
Maak duidelijke afspraken met TenneT, veiligheidsregio en gemeenten over opschalen, rollen en het delen van een gedeeld crisisbeeld.
Oefen een black-out-scenario
Train het team met een realistische stroomstoring-oefening, inclusief telecom-uitval en de meldplichten.
Veelgestelde vragen
Wat was de oorzaak van de stroomstoring van 27 maart 2015?
De storing ontstond door een combinatie van een technisch defect en een menselijke fout in een hoogspanningsstation van TenneT bij Diemen. Meer dan een miljoen huishoudens in Noord-Holland en Flevoland zaten zonder stroom.
Waarom is een stroomstoring ook een communicatieprobleem?
Bij een langdurige stroomstoring valt na verloop van tijd ook het mobiele netwerk uit, omdat zendmasten beperkte noodstroom hebben. Juist als mensen informatie zoeken, wordt communiceren moeilijker. Daarom moeten netbeheerders rekenen op uitval van telecom en communicatie op onafhankelijke infrastructuur voorbereiden.
Welke meldplicht geldt voor netbeheerders bij een grote storing?
Als essentiele of kritieke entiteit meldt u een aanzienlijke verstoring binnen 24 uur onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (CER); cyberincidenten vallen onder de Cyberbeveiligingswet (NIS2), met melding bij het NCSC. Toezicht ligt onder meer bij de RDI.
Sneller en beter communiceren tijdens een crisis?
CrisisRadar helpt u dit in de praktijk te brengen — van voorbereiding tot de eerste minuut.
Meer gidsen
Wat is crisiscommunicatie?
De basis: wat crisiscommunicatie is, waarom het telt en hoe u begint.
Hoe stel je een crisisbericht op?
Een helder crisisbericht in zes stappen, met een handig voorbeeld.
Crisiscommunicatieplan opstellen
Wat hoort er in een crisiscommunicatieplan en hoe maakt u er een?